Ik kom terug – Adriaan van Dis

Ik kom terug

Tijdens het lezen van Ik kom terug door Adriaan van Dis sloeg ik vaker mijn hand tegen mijn mond en riep een verontwaardigde ‘oooo’. Het voelt namelijk een beetje alsof je per ongeluk betrokken wordt bij de ruzie van een stel onbekenden en plotseling veel meer ziet dan je eigenlijk zou mogen zien. Het boek is openhartig, vlot geschreven en leest als een trein. Iedereen heeft wel eens ruzie met een familielid, vriend of vriendin. Soms gaan die ruzies of verschillen veel dieper dan de oppervlakte. Lees dit boek vooral wanneer je het even beu bent met een familielid en het gevoel wil hebben dat je samen sterk staat, met Van Dis in dit geval.

Moederhaat en liefde in Ik kom terug

In Ik kom terug beschrijft Adriaan van Disde laatste levensfase van zijn moeder. Door het schrijven van dit boek probeert hij dichter tot zijn moeder te komen, hij voelde immers altijd een zekere afstand. Maar zijn moeder is, ook op haar oude dag, een harde tante met een koppig hoofd dat ze liever in occulte boeken steekt dan in het leven van haar zoon.

De eerste zin omvat dan ook meteen het hele boek: “We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik.” En zo zal het blijven. Hoewel Van Dis’ moeder door de naderende dood steeds meer loslaat over haar vroegere leven in Nederlands-Indië, het Jappenkamp waarin ze gevangen was en de relatie met haar eerste man en daarna Van Dis’ vader, lijkt de afstand tussen de twee alleen maar groter te worden.

Autobiografisch werk

Van Dis schrijft helder, gevat en ontroerend eerlijk. Af en toe komt het kleine kind in hem opborrelen dat gewillig doet wat zijn moeder van hem vraagt, in de auto naar huis komt pas de woede. Als lezer kan je het niet helpen af en toe te schrikken van zowel Van Dis als van zijn moeder. Beiden trekken uit alle macht aan elkaar en Van Dis beschrijft deze worsteling dusdanig dat je het als lezer ook in jezelf voelt trekken.

“Dat je 5, 6 jaar oud bent en het huis uit loopt en tegenover het huis gaat staan en jezelf een belofte aflegt. Dat je nóóit zult trouwen. Dat je nooit zoveel krankzinnigheid om je heen zult creeëren als in dat huis was. En dan liep ik naar de kleuterschool.” – Het moet pijnlijk blijven een interview door Steffie Kouters, verschenen in De Volkskrant, 2008.

Het heldere, bijna sprekende taalgebruik is meesterlijk en houdt je op het juiste pad wanneer de aandacht verspringt naar de beschreven herinneringen van de moeder. Deze buitelen op de bladzijdes over elkaar heen met af en toe de sturende stem van Van Dis ertussendoor. Het moet een enorme klus zijn geweest om al die herinneringen te structureren, uit te werken zonder er afbreuk aan te doen en misschien nog moeilijker: zonder er een oordeel over te vellen. Van Dis observeert, noteert en vindt in de afstand die zijn werk en professionele houding schept, de ruimte voor hem én zijn moe

Doen waarvoor je bang bent

“Ontrafelen. Jezelf vragen stellen: wat is waar, wat is niet waar? Waarom doe je iets? Het is ook allemaal compensatie. Doen waarvoor je bang bent. De man met hoogtevrees die vliegenier wordt. De man die niet tegen bloed kan chirurg. De dyslecticus die de schaamte van zich afschrijft. En schreeuwt: “Hou van mij.” – Het moet pijnlijk blijven een interview door Steffie Kouters, verschenen in De Volkskrant, 2008.

Van Dis werkt naar het einde toe: de herinneringen van zijn moeder worden vager, dan weer helderder, als een volumeknop waar continu aan gedraaid wordt. Zo ook de frustratie en vertwijfeling van Van Dis. Hoe ver is hij bereid te gaan om zijn catharsis te kunnen schrijven? De slotfase is duidelijk en onvermijdelijk: de moeder sterft maar doet wat ze beloofd heeft: ze komt terug.

Lees deze roman vooral wanneer je gefrustreerd bent over iemand (bijvoorbeeld een familielid) óf wanneer je geïnteresseerd bent in een goed opgetekende familiegeschiedenis.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *